Christine Spierings en het multiculturele leven

Wie wel eens in Amsterdam over de Albert Cuyp-markt wandelt kijkt zijn ogen uit, want op deze multiculturele ontmoetingsplaats wemelt het van bonte types en kleuren. De argeloze dagjesmens of toerist waant zich in een exotische stad. Kunstenaars kunnen er de nodige inspiratie opdoen. Maar dat gebeurt zelden. Zij gaan liever met een reisbeurs op zak naar verre landen.

Christine Spierings (Tilburg, 1943) reist weliswaar zonder steun van de overheid ook graag, maar voor haar motieven hoeft ze dat niet echt te doen. Die vindt ze gewoon op straat in Amsterdam, waar ze al vele jaren geleden haar draai gevonden heeft. Na een abstracte periode waarin ze kleur en vorm de vrijheid gunde kreeg ze behoefte aan een figuratie die meer houvast bood, die vorm kon geven aan haar werkelijkheidsbeleving. En dus begon ze te schilderen wat ze zag en wat ze beleefde: vrolijke kermisklanten, circusartiesten en exotische vrouwen die dansen en blijheid uitstralen. Maar ook zomaar een ontspannen liggend naakt, een moeder met kind en een meisje met pop.

De schilderijen van Christine Spierings spreken duidelijke taal: het leven is verrukkelijk. Kleur en vorm laten er geen twijfel over bestaan, want die zijn spontaan en direct. Het plezier spat ervan af. ‘Ja’, zegt ze, ‘het is toch heerlijk gekke dingen uit te beelden die in het normale leven niet kunnen. Als je schildert kan alles. Die vrijheid heb ik altijd gewild. Vroeger dacht ik dat je dan abstract moest schilderen, maar daar ben ik van teruggekomen want ik hou van mensen, hoe ze zich gedragen en zich kunnen uitleven. Dat is mijn thema geworden. De laatste jaren schilder ik alleen maar wat ik om me heen zie en wat me boeit, zoals het multiculturele leven in Amsterdam.’ Het resultaat is een expressionistische figuratie, die kleur aan het leven van alledag verleent.

Ed Wingen

Hoofdredacteur tijdschrift KunstbeeldĀ  11/98

 

Artikel